Als je van me houdt

Gepubliceerd op 26 september 2026 om 20:37

 

Fictieverhaal – Verhalen tussen de regels

Soms begint controle niet met schreeuwen.

Soms begint het met een zin.

Een zin waardoor je ineens gaat twijfelen aan jezelf. Aan wat je voelt. Aan wat je wilt.

En misschien zelfs aan wat je denkt dat je zou móéten willen.


Zijn handen gingen over haar blote rug.

Ze huiverde.

Niet alleen vanwege zijn aanraking. Ze wist wat hij van haar wilde.

En diep vanbinnen wist ze het al.

Ze was er nog niet aan toe.

Haar lichaam wist het misschien nog eerder dan haar hoofd.

Ze had hem meerdere keren verteld dat ze niet wilde. Omdat ze nog geen anticonceptie gebruikte.

Een smoesje.

Ja. Dat was het.

Maar waarom?

Omdat ze de waarheid niet durfde te zeggen.

Ze durfde gewoonweg niet te zeggen:

Ik ben er nog niet aan toe.

Ik wil dit niet.

De woorden bleven ergens halverwege steken.

Ze wist niet eens precies waarom.

Hij was toch lief voor haar? Ze was toch dol op hem? En hij op haar?

Waarom voelde dit dan zo verkeerd?

Ze twijfelde aan zichzelf.

Was ze wel normaal?

Andere meisjes deden dit toch ook?

Misschien stelde ze zich aan.

Misschien moest ze gewoon wat minder moeilijk doen.

Misschien kwam het vanzelf.

Maar iedere keer als ze eraan dacht, trok haar maag samen.

Een naar, misselijk gevoel.

Alsof haar lichaam iets probeerde te vertellen waar zij zelf nog geen woorden voor had.

Dus hield ze zich vast aan haar smoes.

Geen anticonceptie.

Dat was tenminste een reden.

Een reden waar niemand moeilijk over kon doen.

Een reden die ze kon uitleggen.

Want zeggen dat ze gewoon niet wilde, voelde veel ingewikkelder.

Alsof niet willen alleen maar geldig was wanneer ze daar een goede reden voor had.

Tot hij op een dag zei:

“Als je van me houdt, dan doe je dat wel.”

Ze keek hem aan.

Een simpele zin.

Maar ineens voelde het alsof de grond onder haar voeten verschoof.

Want ze hield toch van hem?

Natuurlijk deed ze dat.

Dus wat zei haar twijfel dan over haar liefde?

Was ze egoïstisch?

Was ze moeilijk?

Hield ze misschien toch niet genoeg van hem?

De twijfel die al in haar zat, kreeg ineens een stem.

Zijn stem.

En daarmee werd nee zeggen nog moeilijker.

Want hoe zeg je nee tegen iemand van wie je houdt, als je het gevoel krijgt dat jouw nee betekent dat je blijkbaar niet genoeg van hem houdt?

Ze voelde haar maag opnieuw samenknijpen.

Maar nu was het niet alleen angst voor wat er zou gebeuren.

Het was ook angst om hem kwijt te raken.

En dus werd haar grens steeds zachter.

Niet omdat ze van gedachten was veranderd.

Maar omdat ze begon te twijfelen of haar eigen gevoel wel belangrijk genoeg was.


Ze hield van hem.

Daar twijfelde ze niet aan.

Maar liefde en willen bleken niet hetzelfde te zijn.

Dat begreep ze toen nog niet.

Ze dacht dat liefde betekende dat je elkaar gelukkig maakte.

Dat je meeging.

Dat je elkaar niets wilde ontzeggen.

En ergens onderweg was ze gaan geloven dat haar twijfel misschien iets zei over háár.

Niet over de situatie.

Niet over zijn wens.

Over haar.

Misschien was er iets mis met haar.

Misschien was ze preuts.

Misschien was ze raar.

Misschien hield ze niet genoeg van hem.

En juist die laatste gedachte deed het meeste pijn.

Want als je echt van iemand houdt…

dan doe je het toch?

Pas veel later zou ze begrijpen dat liefde nooit het bewijs hoeft te zijn dat je over je eigen grens heen gaat.

Dat ik wil niet op zichzelf voldoende is.

Zonder uitleg.

Zonder excuus.

Zonder anticonceptie als reden.

Zonder bewijs van liefde.

Een grens hoeft niet hard uitgesproken te worden om een grens te zijn.

En liefde hoort niet te vragen om jezelf daarvoor te verlaten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.