🩡 Mijn reis met Post COVID – Deel 3 Eigenlijk deel 0: De vrouw die altijd doorging

Gepubliceerd op 12 augustus 2026 om 07:00

05.15 uur. De wekker gaat.

Ik sta op, spring onder de douche en trek mijn werktenue aan.

05.45 uur. Een rondje met Jet.

06.00 uur. Een rondje met Ross.

06.15 uur. Honden eten geven. Mijn ontbijt maken – meestal een groentesmoothie met allerlei supplementen – en mijn lunch pakken. Die stond vaak de avond ervoor al klaar, soms met gegrilde groenten die ik had voorbereid.

06.20 uur. De auto starten en naar mijn werk rijden.

06.45 uur. Koffie en dagstart.

07.00–11.00 uur. Acht mensen verzorgen.

11.00–11.15 uur. Pauze.

11.15–12.00 uur. Medicatie- en lunchronde.

12.00–12.30 uur. Zelf lunchen.

12.30–15.00 uur. Administratie en zorg voor enkele bewoners.

15.15 uur. Thuis. Honden in de auto en naar het bos.

16.30 uur. Koken.

17.30 uur. Eten en natuurlijk alles weer opruimen.

18.30 uur. Sporten. Vijfenveertig minuten krachttraining.

Daarna douchen en beide honden nog apart uitlaten, want makkelijk waren ze niet. Klein trouwens ook niet.

21.00 uur. Televisie kijken óf werken aan mijn opleiding.

22.30 uur. Nog een laatste rondje met de honden.

Naar bed.

En de volgende dag begon het opnieuw.

Dit was geen uitzonderlijke dag.

Dit was gewoon mijn leven.

Ik leefde gezond. Ik at gezond. Ik sportte vier keer per week. Ik wandelde dagelijks met de honden. Ik werkte 28 uur in de zorg, volgde daarnaast een opleiding en zat midden in twee verhuizingen.

En het gekke is: ik vond het normaal.

Sterker nog, ik vond het heerlijk om bezig te zijn.

Ik was fit. Sterk voor een vrouw van mijn postuur en leeftijd. En voor het eerst in lange tijd leek het leven me eindelijk eens mee te zitten.

Mijn zoon en ik hadden een huisje gevonden in de wijk waar hij grotendeels was opgegroeid, dicht bij zijn vrienden, school én het centrum. In februari 2023 kregen we de sleutel. Op 15 maart was het hele huis opgeknapt en klaar om in te wonen.

En nee, dat huisje schilderde zichzelf niet. Al die spullen pakten zichzelf ook niet in, vervoerden zichzelf niet naar een opslag, kwamen zichzelf niet weer ophalen en zetten zichzelf zeker niet terug in huis. Dat deed ik er gewoon “even” tussendoor. Wel met goede hulp natuurlijk.

Daarnaast volgde ik nog een coachingstraject met Ross en Jet, ging ik weekendjes weg, uit eten, een terrasje pakken. Ik vierde het leven.

Eindelijk.

Mijn eigen praktijk had ik destijds bewust on hold gezet. Want zelfs ik begreep dat nóg meer tegelijk doen misschien een tikkeltje enthousiast zou zijn. Zodra ik mijn diploma zou halen, zou er weer meer tijd komen. Dan kon ik opnieuw lesgeven in de Emmett Techniek. Dan zou ik weer mensen én dieren kunnen helpen.

Ik had plannen.

Dromen.

Vooruitzicht.

De toekomst zag er rooskleurig uit.

En misschien was dat wel het meest confronterende van alles: ik was niet aan het overleven, ik was eindelijk weer aan het léven.

Het voelde bijna te mooi om waar te zijn.

Bijna.

Want een jaar later, in januari 2024, veranderde alles.

Van de ene op de andere dag kon ik niets meer.

Niet met rust.

Niet met doorzetten.

En zelfs niet met die sterke wil waarmee ik jarenlang migraineaanvallen had getrotseerd en tóch was gaan werken.

Ik wilde van alles.

Maar ik kon niets.

Nog geen half uur staan zonder wit weg te trekken en het gevoel te krijgen dat ik zou flauwvallen.

Mijn stuit begon doorligplekken te vertonen doordat ik zoveel lag. Mijn ooit getrainde lichaam voelde alsof het langzaam in elkaar zakte als pudding.

En voor het eerst in mijn leven moest ik erkennen dat mijn hoofd dit niet meer kon oplossen.

Ik was op.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.