Mijn reis met Post COVID – Deel 2
Ik moet en ik zal
Februari 2024.
De wekker gaat.
Mijn ogen gaan open en nog vóór ik uit bed stap, stel ik mezelf dezelfde vraag als iedere ochtend.
Hoe gaat het vandaag?
Ik blijf heel even liggen.
Misschien is het vandaag beter.
Misschien is het vandaag eindelijk voorbij.
...
Nee.
Mijn lijf voelt alsof er een vrachtwagen overheen is gereden.
Of nee... dat dekt de lading niet eens.
Het lijkt wel alsof mijn hele zenuwstelsel kortsluiting heeft gemaakt. Alsof ik van binnen continu onder stroom sta. Ik voel trillingen door mijn lijf. Ik kan niet uitleggen hoe het voelt, alleen dat het niet klopt.
Ken je dat lampje van Willie Wortel? Dat nét iets te lang op de tester heeft gezeten? Eerst flikkert het nog een beetje. Daarna begint het te roken.
Zo voelde ik me.
En toch...
Douchen.
Ross uitlaten.
Werken.
Misschien sporten.
Boodschappen.
En o ja... ik had ook nog een zoon van zestien die thuis woonde. En een dochter die midden in de voorbereidingen zat van haar 21 (eigenlijk 23 inmiddels) -diner, dat natuurlijk bij mij thuis gehouden zou worden.
Het leven ging gewoon door.
Alleen mijn lichaam niet.
Natuurlijk heb ik alle verklaringen serieus genomen.
Was het de overgang?
Een burn-out?
Stress?
Misschien zelfs PTSS?
Geloof me... ik wilde heel graag dat één van die verklaringen klopte.
Maar diep van binnen wist ik het eigenlijk al.
Nee.
Dit was iets anders.
Ik kon niet meer eten.
Mijn benen stonden in brand.
Mijn hoofd voelde alsof het ieder moment uit elkaar kon barsten.
Mijn hart sloeg op hol bij de kleinste inspanning.
Ik keek in de spiegel en schrok.
Zoals ik me voelde, zo zag ik er ook uit.
Bleek.
Opgezet.
Ziek.
En toch...
Ik bleef mezelf vertellen dat ik gewoon moest opbouwen.
Op 25 februari werkte ik vier uur.
Van zeven tot elf.
Toen ik thuiskwam waren mijn armen en benen loodzwaar. Ik was misselijk. Mijn hoofd zat vol watten. Twee uur rust hielp niets.
Dus besloot ik naar het bos te gaan.
Hardlopen.
Want dat was toch wat je deed als je conditie achteruitging?
Je ging trainen.
Je bouwde op.
Dus daar liep ik.
Vierentwintig minuten.
Mijn benen werden slap.
Mijn hart sloeg op hol.
Mijn hele lichaam protesteerde.
En daar liep ik maar.
Ik moet en ik zal.
Mijn spierkracht moest terugkomen.
Ik moest sterker worden.
Want alle bloedonderzoeken waren goed.
Dus ik kon toch niet echt ziek zijn?
Misschien moest ik gewoon harder mijn best doen.
Dat was tenslotte wat ik mijn hele leven had gedaan.
Maar hoe harder ik mijn best deed...
...hoe zieker ik leek te worden.
Ik begreep er niets van.
Vroeger was ziek zijn overzichtelijk.
Je was een paar dagen niet lekker.
En daarna ging je weer verder.
Nu draaide mijn hele leven ineens om de vraag of ik vandaag een afwas kon doen.
Of een stofzuiger door het huis kon halen.
Eén activiteit betekende uren op de bank.
En opladen?
Dat leek mijn lichaam vergeten te zijn.
Iedereen had een verklaring.
Maar niemand leek te zien hoe ziek ik werkelijk was.
En misschien was dat nog wel het moeilijkste.
Ik bleef wachten op de ochtend waarop ik wakker zou worden en zou denken:
"Gelukkig... het gaat beter."
Die ochtend kwam niet.
Reactie plaatsen
Reacties
Zo herkenbaar.....knap dat je het van je af kunt schrijven.
Dankjewel Astrid. Ja, ik ben blij dat ik iets heb gevonden waar ik mijn passie in kwijt kan.
Je ziet… je bent niet alleen 🍀
Ik was er bij en ik keek er naar.
En ook ik zag niet hoe ziek je was.
Ik kende je nog niet zo lang en jij kon heel goed verbloemen hoe jij je voelde.
Hopelijk lukt het nu om naar je lijf te luisteren en kan je in jouw eigen tempo weer een beetje beter worden lieve Judith. 🥰